` Landmark Projecten
<-- Terug naar actueel


Groene kunstmest uit digestaat

‘Ons bedrijf heeft Biogreen - een grote, coöperatieve mestvergister van 50 agrariërs in de regio Salland - geadviseerd en begeleid bij het ontwikkelen en realiseren van een biogasinstallatie op regionale schaal. Een nieuwe stap is de nabewerking van digestaat uit een dergelijke installatie. Bij Biogreen wordt sinds 2008 op jaarbasis 70.000 ton vergist, waarvan ca. 60.000 ton mest. Varkensmest is de hoofdstroom, daarnaast wordt er ook rundvee- en kippenmest vergist. Verder voegen we plantaardige co-substraten uit de levensmiddelenindustrie toe. Alle substraten staan op de positieve lijst van het ministerie van LNV. Via een Warmte Kracht Koppeling produceert Biogreen circa 13 miljoen kWh groene stroom, die op het net wordt geplaatst.’

‘De waarde van Biogreen als coöperatie ligt in de goede contacten met de primaire initiatiefnemers c.q. de aanbieders van meststromen, alsmede in de rechtstreekse contacten met afnemers van de groene meststoffen in de regio. Belangrijk voordeel van een coöperatie is bovendien dat je de risico’s spreidt. De toevoer van mest kun je constant houden, omdat de leden inschrijven voor een bepaalde hoeveelheid mest per jaar voor de installatie. De groene kunstmest wordt overigens niet alleen bij de leden afgezet. Die hebben vaak nog voldoende dierlijke mest voor het eigen land. De afzet vindt ook plaats naar akkerbouwers in de veenkoloniën.’

‘Op dit moment doet Biogreen Salland mee aan een pilot van het Ministerie van LNV om onderzoek te doen naar de werking, de effecten en de mogelijkheden van groene kunstmest uit digestaat. De slib die uit de vergister (digestaat) komt, wordt gescheiden in een dikke en een dunne fractie. De dikke fractie is fosfaatrijk en wordt met de restwarmte van de WKK ingedroogd tot 80 procent droge stof. In Nederland hebben we voldoende fosfaten in de bodem, maar in het buitenland is er tekort. Je kunt de vaste droge fractie dus prima exporteren naar tekortgebieden in de EU, mits de kwaliteit van het eindproduct aan alle eisen voldoet.

‘De dunne fractie wordt gefilterd (ultrafiltratie) en gezuiverd (omgekeerde osmose), waarna er vloeistof overblijft dat rijk is aan stikstof en kalium, maar geen organische stof en nauwelijks fosfaat bevat. Het resterende, heldere water kan op het riool worden geloosd. De vloeibare meststof, die in de periode 2009-2011 in de praktijk wordt beproefd, kun je uitstekend gebruiken in de akkerbouw, bijvoorbeeld als voorjaarsbemester voor aardappels en granen. Maar ook vanaf mei-juni, met aangepaste machines, op grasland.

‘Wij zien veel kansen voor nabewerking van digestaat als kunstmestvervanger, omdat er veel mineralen in zitten. Door gebruik te maken van de hierboven genoemde zogenoemde membraantechnologie - een techniek waarmee men in het buitenland al veel ervaring heeft opgedaan - kun je een stabiel product als digestaat opwaarderen tot erkende groene meststoffen. Het grote verschil met klassieke mestverwerking is, dat meststromen instabiel zijn, wat mestverwerking veel kwetsbaarder maakt.’

‘Met deze nieuwe innovatieve aanpak is het straks mogelijk om het bewerkte digestaat als kunstmestvervanger toe te passen. Een paar jaar geleden heeft de Europese Commissie aangegeven dat dit de goede weg is. Brussel heeft het pad dus geëffend. Den Haag is inmiddels zo ver dat er nieuw beleid op wordt gevoerd. Het wachten is op de resultaten van het onderzoek in opdracht van het ministerie van LNV, om de werking van de groene kunstmest voldoende aan te tonen.’

Johan Veldhuis, projectleider Praktijkpilot

Ga naar www.groenekunstmest.nl